Labels

De normale leerling bestaat niet meer. In plaats daarvan hebben we nu een heleboel labels. ADD, ADHD. Dyslexie, dyscalculie. De uitdrukking “gemiddelde leerling” is niet meer een verzamelterm voor de meerderheid, maar slechts een label voor de verdeelstreep tussen hoogbegaafd en zwakbegaafd.

Althans, zo lijkt het als ik mijn mailbox moet geloven. Vandaag kreeg ik een mail waaruit bleek dat Jantje, een hoogbegaafde leerling, tegelijk ook een klein werkgeheugen en een lage verwerkingssnelheid heeft.

Onderwerp: Jantje

Graag wil ik jullie op de hoogte stellen van het volgende: de afgelopen tijd zijn wij bezig geweest met school en externen, hoe het kan dat Jantje, HB-er (dat betekent hoogbegaafd), toch niet kan laten zien wat er in zit. Daaruit zijn twee belangrijke aspecten naar voren gekomen die ik graag met jullie wil delen, aangezien dit ook van invloed is op de cursus Foutloos rekenen.

1. Het werkgeheugen van Jantje zorgt ervoor dat haar, zo noem ik het maar even, interne kladblokje klein is. (…)

2. Ander belangrijk punt is dat hij, in vergelijking met andere leeftijdsgenoten, een lagere verwerkingssnelheid heeft en daarmee is zijn productiviteit lager. (…)

Context: Jantje volgt bij ons een rekencursus. In die cursus automatiseren wij een aantal basale rekenvaardigheden. Vaak komen kinderen bij ons terecht omdat het met dat rekenen op school niet lukt. Als dat gebeurt ligt dat, vreemd genoeg, nooit aan de school. “Het kind kan niet laten zien wat erin zit” is de verklaring. Nooit eens hoor je: “Het lukt ons niet om eruit te halen wat erin zit”. Wonder boven wonder lukt dat bij ons bijna altijd wel.

Wat doen wij dan anders? Niet zo veel. Wij geven les zoals dat vroeger ook ging. We leggen uit, jij probeert het en als dat niet lukt sturen wij bij. Als het vaak niet lukt sturen wij vaak bij. Na een tijdje lukt het gewoon. Net als fietsen eigenlijk. De een lukt dat in een keer en de ander heeft wat langer zijwieltjes nodig, maar uiteindelijk is het een eenvoudige vaardigheid die iedereen kan leren.

Nog een voorbeeld:

Onderwerp: Pietje
Graag wil ik contact met jullie over het traject van Pietje. De aansluiting met school is op dit moment volledig weg door een andere aanbiedingswijze. Ook het inzichtelijk rekenen vervaagd.
Wat, naar mijn idee, bij Pietje het struikelpunt is, is het automatiseren van de tafels en daardoor de overstap naar deelsommen. Ik zag dat hij op dit moment bezig is met het delen. Dit frustreert hem, omdat hij de tafels niet heeft geautomatiseerd. Is het mogelijk hem een tafelkaart te geven? Hier werken wij mee in de klas.
Pietje volgt ook een cursus bij ons. Omdat automatiseren bij onze cursus belangrijk is mogen kinderen geen tafelkaart gebruiken. Dat is in het begin “frustreren”, maar werpt op de lange termijn zijn vruchten af. Als je altijd een tafelkaart gebruikt heb je hem altijd nodig en wij proberen kinderen juist onafhankelijk te maken. Wij adviseerden dan ook om Pietje niet de tafelkaart te laten gebruiken en te vertrouwen in de methode, omdat hij al grote vooruitgang boekte.

 

Even later kreeg ik, via ons online oefenprogramma, van Pietje het volgende bericht:

 

ik krijg telkens een tafelkaart maar van jullie mag dat niet maar ik doe m n best hem niet te gebruiken. groetjes Pietje

Hoe gaat het nu met Pietje? Hij heeft de cursus succesvol afgerond, voert alle basisvaardigheden van het rekenen gemakkelijk uit, kent alle tafels uit zijn hoofd en kan rekenen met procenten, verhoudingstabellen, etcetera. Die tafelkaart heeft hij nooit meer nodig.

Helaas komen dit soort situaties vaker voor. De docent voelt zich aangevallen omdat wij iets doen dat werkt en probeert ons te dwarsbomen. Dat gebeurt nu subtiel. De docent gelooft niet in onze methode en probeert Pietje over te halen om toch die tafelkaart te gebruiken. Misschien denkt zij echt dat zij Pietje hiermee helpt, maar dat is niet zo.

Soms probeert de docent de leerling bewust te doen falen. De leerling moet dan een overdreven moeilijke som oplossen met “onze” methode. Als dat dan niet lukt zegt ze: “Zie je nou! Die methode deugt niet. Blijf toch maar bij de mijne.” Dit soort sabotage is psychologisch slopend voor een kind.

Heel soms pakt onze cursus ook goed uit voor de “slechte docent”. Zo vertelde de ouder van een van onze leerlingen dat de inspectie langs was gekomen op de school van zijn dochter. Die inspecteur vroeg of dat kleine meisje achteraan even een grote keersom op het bord op kon lossen. Dat kon zij, met onze methode. De juf streek met de eer..

Natuurlijk zijn er kinderen die zwakbegaafd zijn, en hoogbegaafd. Natuurlijk zijn er kinderen met allerlei cognitieve problemen die echte hulp nodig hebben. Maar laten we niet vergeten dat de meeste leerlingen gemiddeld zijn en dat er geen basisvaardigheid is die zij niet kunnen leren.

Net zoals elk kind kan leren lopen, praten, fietsen, lezen en schrijven, kan ook elk kind leren rekenen.

Got Something To Say?

Your email address will not be published. Required fields are marked *